Van moreel leiderschap naar self-sufficiency
Enkele weken geleden bespraken we hoe het morele narratief in klimaatbeleid leidt tot verlamming vandaag, en waarom we nood hebben aan een nieuw perspectief[1]:
Lange tijd kon Europa rekenen op een moreel narratief van gedeelde verantwoordelijkheid en internationale samenwerking. Klimaatbeleid werd opgevat als een collectieve opdracht, waarin landen elkaar vertrouwden en samen klassieke problemen zoals free-riding en het Prisoner’s Dilemma[2] konden overstijgen.
Nu Europa met nieuwe uitdagingen wordt geconfronteerd, staat die basis van klimaatbeleid echter onder druk. Defensie krijgt opnieuw prioriteit, de concurrentiekracht staat onder druk, multilaterale samenwerking verzwakt en machtspolitiek keert terug. In die context verliest het morele narratief dat het klimaatbeleid jarenlang droeg zijn mobiliserende kracht.
Op dezelfde momet zorgt het terugtrekken van de VS uit klimaatakkoorden voor een uitholling van het fundament van collectieve actie. Wederzijds vertrouwen verdwijnt en de prikkel om zelf voorop te lopen neemt af. In die context werkt het Prisoner’s Dilemma opnieuw verlammend, omdat elke actor rationeel afwacht tot anderen eerst bewegen, met stilstand als resultaat.
Om die verlamming te doorbreken, is een nieuw perspectief nodig dat klimaatactie koppelt aan regionaal eigenbelang. Klimaatoplossingen fungeren namelijk vaak ook als hefboom voor zelfvoorziening en strategische autonomie. Vanuit dat uitgangspunt wint een self-sufficiency-narratief aan belang. Door klimaatactie te verbinden aan concrete voordelen, zoals het versterken van de Europese energie- en grondstoffenvoorziening, wordt samenwerking niet langer uitsluitend moreel gemotiveerd, maar ook rationeel aantrekkelijk.
De volgende figuur vat de twee perspectieven goed samen:

Figuur 1: Moreel narratief vs. Self-sufficiency narratief. Bron: Ortelius
De Klimaatschok herbekeken
In De Klimaatschok berekenden we in 2022 de CO₂-impact van twintig klimaatoplossingen voor België tegen 2030, wat resulteerde in een brede mozaïek van maatregelen. We deelden deze oplossingen in volgens thema: voeding, landbouw & landgebruik, gebouwde omgeving, mobiliteit & transport, energie en industrie.

Wanneer je deze oplossingen door een self-sufficiency-lens bekijkt, valt op dat ze bijna net zo goed het resultaat zouden kunnen zijn van een oefening in strategische autonomie. Circulariteit vermindert de nood aan ingevoerde grondstoffen, terwijl technologieën zoals kernenergie, wind en geothermie de Europese energie-onafhankelijkheid versterken[3]. Self-Sufficiency is echter geen eenduidig begrip, maar kan op verschillende domeinen worden ingevuld:
- Industrie & economie: Een robuuste industrie verkleint de afhankelijkheid van geïmporteerde energie-intensieve producten, kritieke technologie en kwetsbare mondiale toeleveringsketens.
- Voeding: Voedselzekerheid vraagt om een stabiel voedselsysteem dat minder afhankelijk is van ingevoerde eiwitten, diervoeder, meststoffen en pesticiden. Slimmere dieetkeuzes, zoals het klimaatdieet, dragen hierbijvoorbeeld aan bij: door de vraag naar dierlijke producten te beperken, daalt de nood aan ingevoerd diervoeder en neemt de strategische autonomie toe.
- Energie: Elektrificatie en energie-efficiëntie verlagen de energievraag én de behoefte aan geïmporteerde fossiele brandstoffen. Omdat elektriciteit grotendeels uit Europese bronnen kan komen (zon, wind, kernenergie, geothermie), neemt de energie-autonomie toe.
- Materialen & grondstoffen: Materiële autonomie draait om het beperken van de afhankelijkheid van ingevoerde grondstoffen (kritieke metalen, kunststoffen, mineralen, chemische inputs). Circulariteit, recycling en slim ontwerp verminderen importbehoeften én geopolitieke blootstelling.
Self-sufficiency kan uiteraard veel breder worden gedefinieerd en ook andere domeinen omvatten, zoals defensie, communicatie en technologie. Voor de volgende oefening volstaan echter de eerder genoemde domeinen.
De volgende figuur is een eerste poging om De Klimaatschok-oplossingen te bekijken vanuit een Self-Sufficiency Lens.

Key takeaways
- Bijna alle klimaatoplossingen uit De Klimaatschok dragen bij aan meer Self-sufficiency voor België en Europa.
- Energy Resilience: De finale energievraag daalt door elektrificatie (warmtepompen, elektrische voertuigen…) en energie-efficiëntie (renovaties, warmtenetten…). Andere oplossingen focussen op het verduurzamen van de resterende energievraag via binnenlandse bronnen zoals zon, wind en waterstofderivaten, waardoor de afhankelijkheid van fossiele import afneemt.
- Industriële Resilience: Nieuwe waardeketens rond kernenergie, offshore wind, batterijen en circulariteit versterken de autonomie van de industrie. CCS blijft een kostenefficiënte optie om industriële emissies in België te reduceren.
- Resilience van materialen, ecosystemen en voeding: Oplossingen zoals CCU, circulariteit en het klimaatdieet verminderen materiaalschaarste, versterken ecosystemen en verlagen afhankelijkheden in het voedselsysteem.
- Meervoudige impact: De meeste oplossingen versterken meerdere assen tegelijk. Fietsinfrastructuur leidt tot minder autogebruik (hogere Energy Resilience), minder druk op ruimte en natuur (hogere Ecosystem Resilience) en indirect tot minder materiaalgebruik (hogere Material Resilience).
- Kanttekeningen: De figuur blijft een vereenvoudiging. Sommige oplossingen verhogen de autonomie op één as, maar kunnen elders nieuwe kwetsbaarheden creëren. Elektrische voertuigen versterken bijvoorbeeld de Energy Resilience, maar vergroten de druk op kritieke materialen als recyclage niet snel genoeg opschaalt. Ze kunnen in de toekomst echter ook de leverancier worden van kritieke metalen, waardoor de impact positief kan zijn.
- Hoe we self-sufficiency definiëren bepaalt in welke mate oplossingen eraan kunnen bijdragen. Voor deze oefening hanteren we een breed en open perspectief, zonder te suggereren dat elke oplossing in gelijke mate bijdraagt.
Het doel van deze figuur is om met deze eerste verkenning de oplossingen uit De Klimaatschok niet enkel te bekijken in termen van CO₂-reductie, maar ook binnen een breder Resilience- en Self-sufficiency-kader. Klimaat-, energie-, competitiviteits-, defensie- en digitaliseringsuitdagingen zijn nauwer verweven dan vaak gedacht. Door ze geïntegreerd te benaderen, kunnen publieke middelen efficiënter en strategischer worden ingezet.
Bij Ortelius – het economische adviesbureau van de Econopolis Groep – deden we de laatste jaren diverse studies over deze thema’s. We deden onderzoek naar de Europese aanvoer van kritieke grondstoffen (https://ortelius.be/critical-raw-materials/), en formuleerden concrete acties om de Vlaamse industrie terug competitief te maken tegen 2030 (https://ortelius.be/vlaamse-industrievisie-2030/).
[1] https://ortelius.be/why-self-sufficiency-will-spark-more-climate-action-than-moral-ambitions/
[2] Het Prisoner’s Dilemma is een speltheoretisch concept dat laat zien hoe rationele spelers er toch collectief slechter aan toe kunnen zijn wanneer ze uit eigenbelang niet samenwerken, zelfs al levert samenwerking voor iedereen een beter resultaat op.
[3] Hoewel ze soms wel andere materialenafhankelijkheden kunnen versterken zoals uranium en kritieke grondstoffen.